Het achterhuis

Door: Anne Frank
Uitgever: Bert Bakker, Amsterdam (1947)

Titelverklaring

De familie Frank moet tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduiken. Dit doen ze aan de achterzijde van het kantoorpand waar Otto Frank, de vader van Anne, werkte. In dit 'achterhuis' brengt Anne haar tijd onder andere door met het schrijven in haar dagboek.

Over de auteur

Annelies Marie Frank wordt op 12 juni 1929 geboren in Frankfurt am Main (Duitsland). In 1933 vlucht ze samen met haar joodse familie naar Amsterdam. Hitler is dan aan de macht in Duitsland. Haar vader, Otto, zet verschillende bedrijven op, maar wanneer Hitler ook in Nederland begint met de 'entjudung' van het bedrijfsleven, laat hij in 1941 Frank Kleiman de zaak overnemen. In 1942 besluit het gezin onder te duiken in het kantoorpand waar Otto werkte. Ze leven daar samen met een ander gezin en een tandarts in het achterhuis. Anne schrijft, om de tijd te doden, in haar dagboek. In 1944 worden ze ontdekt en gearresteerd door de Duitsers. Ze worden weggevoerd naar Duitsland, waar alleen Otto Frank het concentratiekamp overleeft. Hij krijgt na de bevrijding het dagboek van Anne in handen. Hij past enkele dingen aan en laat het aan een vriend lezen. Via via leest Jan Romein het dagboek en schrijft er een lovend artikel over in Het Parool. Dit heeft tot gevolg dat veel mensen belangstelling hebben voor he boek en in 1947 komt de eerste druk van Het achterhuis uit. Het wordt uiteindelijk vertaald in 60 talen en er worden in totaal bijna 16 miljoen exemplaren verkocht. Anne schrijft in haar boek dat ze journaliste en schrijfster wil worden en dat ze na de oorlog een boek wil uitbrengen met de titel 'Het achterhuis'.

In 1957 wordt de 'Anne Frank Stichting' opgericht, die een documentatiecentrum en museum heeft opgericht aan de Prinsengracht 263 in Amsterdam, het 'achterhuis'. Naast Het achterhuis , zijn er verschillende uitgaven omtrent Anne Frank gedaan: Weet je nog? Verhalen en sprookjes (1949); Verhalen rondom het achterhuis (1960) en De dagboeken van Anne Frank (1986).

Literaire stroming

De literaire stroming is moeilijk aan te geven. Het is tijdens de oorlog geschreven. Het boek laat zich als moderne Nederlandse literatuur lezen, maar valt niet binnen deze periode.

Genre

Het dagboek is moeilijk in één bepaald genre in te delen, het bevat elementen van verschillende soorten romans. Zo bevat het boek elementen van een oorlogsroman, maar ook van een ontwikkelingsroman. De geestelijke ontwikkeling van de hoofdfiguur speelt een grote rol. Tenslotte heeft Anne Frank haar eigen leven beschreven, het boek is autobiografisch.

Samenvatting

Anne Frank, een Duits joods meisje, is met haar ouders en zus naar Amsterdam gevlucht. In 1942, op haar dertiende verjaardag, krijgt ze een dagboek cadeau. Op deze dag schrijft ze voor het eerst in het boek. Ze verslaat haar belevenissen in de vorm van brieven die ze aan een denkbeeldige vriendin, Kitty, schrijft. In de eerste weken na haar verjaardag gaat ze nog naar het joods Lyceum in Amsterdam, maar al snel moet ze, samen met haar familie, onderduiken. Ze betrekken het achterhuis van het kantoorpand, waarin haar vader, Otto Frank, heeft gewerkt. Door middel van een boekenkast worden ze van de buitenwereld afgesloten. Het werk in het kantoor gaat gewoon door, dus de onderduikers moeten overdag muisstil zijn. Zo mag de wc niet doorgetrokken worden.

Na een week komt de familie Daans (hun werkelijke naam is Van Pels) bij hen inwonen. Vier maanden later volgt Pfeffer, een tandarts, die in werkelijkheid Albert Dussel heet. Anne moet haar kamer met hem delen, maar ze vindt hem helemaal niet aardig. Via de radio, die ze 's avonds beluisteren, horen ze berichten over het verloop van de oorlog. De spanning is te snijden met zoveel mensen in zo'n kleine ruimte en Anne heeft vaak ruzie met haar moeder en mevrouw Daans. De enigen met wie Anne kan praten zijn haar vader en Peter Daans.

Een aantal mensen van het kantoor voorzien de onderduikers van eten en boeken. De echte namen van deze helpers zijn Anne niet bekend: meneer Kleiman is voor haar meneer Koophuis, meneer Kugler wordt Kraler genoemd. Dan zijn er nog de dames Miep Gies, die Miep van Santen wordt genoemd, en Bep Voskuijl, voor de onderduikers Elli Vossen.

Op 4 augustus 1944 vallen de Duitsers het pand binnen. Het achterhuis wordt ontdekt en alle bewoners worden gearresteerd. Zij worden via Westerbork naar Auschwitz vervoerd en waneer de Russen dat kamp naderen, worden Anne en Margot naar Bergen-Belsen overgebracht. Twee maanden voor de bevrijding van dat kamp, sterven ze beiden aan tyfus. Van alle onderduikers overleeft alleen Otto Frank de concentratiekampen. Kleiman en Kugler, die ook opgepakt zijn en in Nederlandse kampen zijn ondergebracht, keren na de oorlog terug naar Amsterdam.



Tijd en tijdvolgorde

Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld: Anne schrijft op, wat ze  in het achterhuis meemaakt. De vertelde tijd in het dagboek zelf, is ongeveer twee jaar, namelijk van 12 juni 1942 tot 1 augustus 1944.

Plaats/ruimte

Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in het achterhuis, waar Anne ondergedoken is. Het pand staat in Amsterdam. In het eerste deel is ze nog niet ondergedoken. Daarin vertelt ze onder andere over de gebeurtenissen op haar school. Dit deel speelt zich ook in Amsterdam af.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling

Anne Frank:

Anne Frank is in het begin van het verhaal 13 jaar oud. Ze heeft een zus, Margot. Ze is geboren in Duitsland en gevlucht naar Amsterdam. Ze ontwikkelt zich gedurende de onderduikperiode tot een zelfstandige jonge vrouw met een meer diepzinnig karakter. Ze wordt verliefd op Peter, de zoon van de familie Daans, terwijl ze hem eerst maar een saaie jongen vond. Ze wordt door de andere onderduikers gezien als een vervelend kind en ze kan niet goed met de anderen overweg. Wel heeft ze een goede band met haar vader. Anne heeft grote plannen voor de toekomst, ze is zeer ambitieus en wil schrijfster en journaliste worden. Op 1 augustus 1944 schrijft ze echter haar laatste tekst, niet lang daarna gaat ze haar dood tegemoet in de concentratiekampen. Zij is een rond karakter.

Otto Frank:

Otto Frank is de vader van Anne. Door de andere onderduikers wordt hij Pim genoemd. Hij is zorgzaam en ondernemend. In Amsterdam begint hij verschillende bedrijven, maar hij moet deze opgeven, omdat hij als jood gevaar loopt. Tijdens het onderduiken helpt hij Anne bij het studeren. In het dagboek is hij een vlak karakter.

Moeder Frank:

Over de moeder van Anne is niet veel bekend. Anne kan niet goed met haar opschieten en heeft het idee, dat haar moeder Margot voortrekt. Ze is een vlak karakter.

Margot Frank:

Margot is de oudere zus van Anne. Anne wordt vaak vergeleken met haar zus, vooral wanneer ze iets fout doet. Margot is altijd de verstandigste in de ogen van haar ouders. Zij is een vlak karakter.

Peter Daans:

Peter is de zoon van de familie Daans. In werkelijkheid heten ze Van Pels. Peter is iets ouder dan Anne. Anne vindt hem eerst een slome slungel, maar door hun eenzaamheid en hun behoefte om met iemand te praten, groeien ze naar elkaar toe. Peter is een vlak karakter.

Mevrouw Daans:

Mevrouw Daans is de moeder van Peter. Anne kan absoluut niet met haar overweg. Ze is een vlak karakter.

Meneer Daans:

Meneer Daans is de vader van Peter. Over hem is weinig bekend. Ook met deze man kan Anne niet goed overweg. Hij is een vlak karakter.

Albert Dussel:

Albert Dussel is een tandarts, die door de andere onderduikers Pfeffer wordt genoemd. Anne moet haar kamer met hem delen. Hij heeft alleen maar kritiek op haar. Hij is een vlak karakter.

Elli Vossen (Bep Voskuijl), Miep van Santen (Miep Gies), Kraler (Kugler) en Koophuis (Kleiman) zijn de mensen die de onderduikers van eten voorzien. Ze nemen ook lectuur mee en vertellen over de gebeurtenissen in de buitenwereld. In de loop van het verhaal hebben deze helpers steeds minder mogelijkheden om de mensen in het achterhuis van proviand te voorzien. Bij de inval worden de beide heren door de Duitsers meegenomen. Zij zijn allen vlakke karakters.

Geloofwaardigheid van het verhaal

...

Thematiek

Oorlog

Door de Tweede Wereldoorlog is het leven van Anne Frank totaal veranderd. Ze schrijft in haar dagboek over de dingen die haar bezighouden. Zo vertelt ze over haar relatie tot de andere onderduikers. Haar ontwikkeling van een klein meisje tot een jonge vrouw vormt een belangrijk onderdeel van het boek. Tijdens het lezen wordt deze ontwikkeling goed duidelijk.

Motto

Geen.

Taalgebruik

Anne Frank gebruikt een levendige stijl van vertellen. Ze vertelt zeer realistisch wat er allemaal in het achterhuis gebeurt.

Opdracht

Geen.

Vertelsituatie

Ik-vertelsituatie.

Perspectief

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw

Het boek is opgebouwd uit brieven aan Kitty, de denkbeeldige vriendin van Anne. De eerste tekstdelen zijn aantekeningen. Dit geheel wordt voorafgegaan door een inleiding van mevrouw Annie Romein-Verschoor. Zij is historicus. Aan het eind van het boek is een slotwoord geplaatst, waarin verteld wordt hoe het met Anne is afgelopen en wat de Anne Frank Stichting doet.

Eigen mening

...



Meer informatie nodig?
Google