3. Over de literatuurgeschiedenis

De meeste boeken kunnen ondergebracht worden bij een literaire stroming en een bepaald genre. Het jaar van de eerste uitgave is vaak voor de stijl waarin het boek geschreven is, van belang. Hieronder vind je een korte beschrijving van de literaire stromingen en hun genres. In het volgende hoofdstuk vind je een volledig overzicht van alle hoofdgenres met hun subgenres.

3.1. De Middeleeuwen

De Middeleeuwen wordt in drie tijdsperioden opgesplitst: 1. De vroege Middeleeuwen (Ī 500-1000 n. Chr.) 2. De hoge Middeleeuwen (Ī 1000-1300 n. Chr.) 3. De late Middeleeuwen (Ī 1300-1500 n. Chr.)

In de Middeleeuwen speelt het geloof een grote rol in het dagelijks leven. Daarnaast vormt de adel een groep die grote macht bezit. In de Middeleeuwen is alles zodoende op de adel of op de kerk gericht. Door de opkomst van de handel en industrie in de late Middeleeuwen wordt de burgerij steeds belangrijker. Deze invloeden vinden hun weerslag in de literatuur.

Op het gebied van de epiek (=verhalende en beschrijvende literatuur) ontstaan ridderromans (tot de 18e eeuw nog in dichtvorm), sprookjes, sagen, mythen, legenden, dierenverhalen, balladen en heldendichten. Ook ontstaan lyrische teksten (=teksten waarin gevoelens worden uitgedrukt), zoals de klaagzang en de lofdichten. Toneelspelen worden verdeeld in mysteriespelen (=gedramatiseerde gebeurtenissen), mirakelspelen (=gedramatiseerde legenden) en moraliteiten (=het geven van een morele les).

3.2. De zestiende en zeventiende eeuw

De middeleeuwse cultuur, die eerst ridderlijk en theocentrisch (=op het geloof gericht) was, wordt nu steeds burgerlijker. Met name in de grote Italiaanse steden groeit deze cultuur uit tot een nieuwe cultuurbeweging die Renaissance wordt genoemd. Renaissance betekent wedergeboorte.

Er is in de Renaissance een hernieuwde belangstelling voor klassieke taal en literatuur. Bepaalde genres uit de oudheid worden opnieuw beoefend. De belangrijkste nieuwe genres in deze periode zijn: 1. Aforisme (een korte, geestige uitspraak, waarin een levensles wordt verkondigd) 2. Emblema (een afbeelding met een opschrift en een onderschrift, doorgaans in dichtvorm) 3. Essay (korte prozatekst waarin auteur zijn persoonlijke mening weergeeft) 4. Sonnet (lyrisch gedicht volgens het rijmschema abba abba cdc dcd)

Als reactie op de Renaissance ontstaat in ItaliŽ een nieuwe kunststroming, genaamd het ManiŽrisme. De literatuur wordt gekenmerkt door aandacht voor de vorm, waarbij een beroep wordt gedaan op het verstand. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan het onwaarschijnlijke in tegenstellingen, overdrijvingen en woordspelingen, door gebruik te maken van stijlfiguren en beeldspraak.

Het ManiŽrisme wordt in de zeventiende eeuw opgevolgd door de Barok. Het ingewikkelde van het ManiŽrisme wordt in de Barok versterkt. De Barok doet op een overweldigende, grootse en sterk religieuze wijze een beroep op de emoties van de mens.

3.3. De achttiende eeuw

Aan het einde van de zeventiende eeuw ontstaat een nieuw wereldbeeld als reactie op de Barok, genaamd de Verlichting. In de Verlichting gaat men ervan uit dat kennis niet wordt verkregen door klassieken en de bijbel te bestuderen, maar door het verstand te gebruiken. Men strijdt tegen vooroordelen en de traditionele autoriteit. Centraal staat de zienswijze dat de mens een uniek wezen op aarde is en de grootste dingen kan bereiken. Men streeft naar een grotere vrijheid voor de mens.

In de literatuur komt deze zienswijze tot uitdrukking in het proza. Daarbij wordt literatuur gezien als een middel om de lezer nieuwe ideeŽn en opvattingen te bieden. In de poŽzie en het toneel overheerst een andere stroming, namelijk het Neoclassicisme. Het Neoclassicisme kent vaste regels voor maat, rijm en strofebouw. Enjambementen zijn uit den boze en toneelstukken dienen psychische problemen te behandelen.

Aan het einde van de achttiende eeuw komt de sterke nadruk op het verstand onder druk te staan. Men beseft dat het gevoel teveel naar de achtergrond wordt geplaatst. Deze tweede periode van de Verlichting wordt ook wel het Sentimentalisme genoemd. Hierin worden de neoclassistische regels weer verworpen. Er is meer aandacht voor de gevoelsmatige aspecten in de teksten. Men is maatschappijkritisch vanuit emotionele overwegingen. Er is sprake van een ziekelijke overgevoeligheid en overgave aan alles wat medelijden opwekt. Het Sentimentalisme wordt gezien als een introductie op de Romantiek in de negentiende eeuw. Deze periode wordt dan ook wel aangeduid met de naam Preromantiek.

In de loop van de achttiende eeuw ontstaat de moderne roman. Ridderromans worden in de verhalende vorm geschreven. Psychologische romans geven een karakterbeschrijving van de personages en ontwikkelingsromans gaan in op de ontwikkeling van een karakter.

3.4. De negentiende eeuw

Het gevoel en het pessimisme uit het einde van de achttiende eeuw gaan over in de cultuurstroming Romantiek. De romantici zoeken hun inspiratie in de middeleeuwse literatuur. Het genre 'moderne roman' wordt aangevuld met de historische roman, de detectiveroman en de toekomstroman. De nadruk ligt hierbij op sterk emotionele onderwerpen, zoals liefde, dood en eenzaamheid. Het geloof krijgt opnieuw belangstelling. Hierbij gaat het om de persoonlijke verhouding tussen de mens en God. Ook sprookjes bloeien weer op.

Na 1830 ontstaat een nieuwe grote stroming: het Realisme. Men probeert in de literatuur een meer objectief beeld van de werkelijkheid te geven.

3.5. Rond de eeuwwisseling

Aan het einde van de negentiende eeuw komt de industrie op. Wetenschap en technologische vooruitgang spelen een grote rol in het dagelijkse leven. Deze cultuurperiode wordt aangeduid met de naam Fin de siŤcle. Eťn van de belangrijkste kunststromingen van de 'Fin de siŤcle' is het Impressionisme. Als voortzetting op het Realisme gaat het uit van zintuiglijke indrukken. Het Impressionisme beeldt de werkelijkheid op een subjectieve wijze uit. In de literatuur komt dit tot uitdrukking door het gebruik van bepaalde stijlmiddelen, zoals bijvoeglijke naamwoorden. Als bestaande woorden onvoldoende toereikend zijn, worden nieuwe woorden bedacht. Deze toepassing vindt voornamelijk zijn weerslag in de poŽzie. Het proza van impressionisten is hoofdzakelijk fragmentarisch.

Het Naturalisme is een uitwerking van het Realisme en vindt zijn weerslag in de roman- en toneelkunst. Men wil de roman een wetenschappelijke basis geven. De naturalisten willen laten zien hoe de mens afhankelijk is van de tijd en het milieu waarin hij leeft, alsmede van de erfelijke aanleg. De naturalistische romans zijn vooral somber en pessimistisch.

Na 1900 raken het Impressionisme en het Naturalisme in de vergetelheid en keert de Romantiek terug in het proza. In de Neoromantiek krijgt de fantasie de overhand op het rationele, zakelijke en sombere. Neoromantici zien het lot als iets waar de mens geen greep op heeft. Thema's zijn eenzaamheid, zwerflust en verzet tegen de maatschappij. Door af te reizen naar het verleden en exotische streken wil men uit de alledaagse werkelijkheid vluchten (=escapisme). Romantische genres, zoals het sprookje, de griezelroman, de detectiveroman en de toekomstroman komen opnieuw tot bloei.

Het Symbolisme vindt vooral zijn weerslag in de poŽzie. Dichters zien de werkelijkheid zoals de mens deze waarneemt, niet als de hele werkelijkheid. Deze werkelijkheid is slechts een afspiegeling van een andere realiteit en kan niet beschreven worden in de zakelijke tekentaal. Hiervoor is een symbolentaal nodig. De twee belangrijkste kenmerken van het Symbolisme zijn het escapisme en religie/filosofie.

3.6. Het interbellum

Rond de Eerste Wereldoorlog bloeien talloze stromingen op. Het Expressionisme wil de essentie van dingen uitdrukken. In de poŽzie komt dit tot uitdrukking in de vrije verzen, waarbij de rol van rijm en strofebouw ondergeschikt is. Normale zinsbouw maakt plaats voor onvolledige zinnen, ongrammaticale zinnen en losse woorden. Hoofdletters en interpunctie verdwijnen. In het proza draait het bij het Expressionisme voornamelijk om het groteske. Schrijvers maken gebruik van autonome beeldspraak, associatief taalgebruik en vrije versvormen.

Het Constructivisme komt in gedichten op abstracte wijze tot uitdrukking. PoŽzie bestaat uit losse woorden en de typografie is opvallend beeldend. Net als in de schilderkunst zijn de gedichten constructies van vormen en kleuren, maar ook van vormen en woorden. Het Constructivisme speelt in verhalen en romans slechts een kleine rol.

Het DadaÔsme walgt van kunstenaars die de onaangename wereld in hun werk willen weergeven. Met deze vorm van kunst willen dadaÔsten niets te maken hebben. Het DadaÔsme kan gezien worden als een anti-kunst, waarbij gebruik wordt gemaakt van het toeval en zgn. ready mades.

Uit dit DadaÔsme komt de volgende literaire stroming voort: het Surrealisme. Surrealisten vermengen de gewone werkelijkheid met het onderbewuste. De invloed van het surrealisme in Nederland is minimaal.

De Nieuwe Zakelijkheid is een reactie op het eerder vermelde Constructivisme. Schrijvers van de Nieuwe Zakelijkheid zijn fel gekant tegen vormexperimenten en extreme kunst. De teksten zijn geschreven in de alledaagse taal. Schrijvers zijn, vooral ten opzichte van het opkomende fascisme, kritisch en streven naar een volkomen objectief realisme, zonder enig spoor van idealisme of sentiment.

In het Magisch Realisme bevatten de verhalen geheimzinnige, magische en bovennatuurlijke aspecten.

3.7. Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog wordt voor een deel de literatuur van de jaren '20 en '30 voortgezet. De literatuur wordt echter door de gebeurtenissen in WO II beÔnvloed.

De herinneringen aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog komen sterk naar voren in het Existentialisme. Volgens existentialisten is de mens terechtgekomen in een wereld waar hij niet om gevraagd heeft. De mens is echter wel vrij om persoonlijk invloed op dit lot uit te oefenen. In de literatuur komt dit tot uitdrukking in sombere romans.

In de poŽzie wordt geŽxperimenteerd met het voortzetten van de surrealistische en experimentalistische poŽzie. De Experimentele PoŽzie maakt geen gebruik van rijm, regelmatige strofebouw, hoofdletters en interpunctie. PoŽzie van de Vijftigers is vaak ironisch en baldadig. De gedichten bevatten woordspelingen en klankspellen.

In romans wordt geŽxperimenteerd met de kenmerken van de 'gewone' roman. Kenmerkend voor de Experimentele Roman zijn: 1. collages van verschillende soorten teksten 2. door elkaar lopende handelingen 3. onduidelijke personages 4. ontbreken van herkenbare tijd/ruimte/tijdsduur/chronologische volgorde .5. het gebruik van afwisselende perspectieven

Van de lezer wordt verwacht dat hij zelf de gegevens ordent tot een samenhangende tekst.

In de jaren '60 en '70 komen het essay (=tekst waarin schrijver visie/mening geeft), de column (=minder serieuze opinieweergave van schrijver, meestal n.a.v. bepaalde gebeurtenis), het cursiefje (=anekdote) en het korte verhaal op.

In de jaren '70 en '80 worden in de literatuur het feminisme, dekolonisatie en de oorlog in het Verre Oosten onder de aandacht gebracht.

De literatuur van de jaren '80 en '90 kan niet onderverdeeld worden in ťťn bepaalde stroming. Het werk van auteurs uit deze periode kent vele genres: historische roman, filosofische roman, experimentele roman, oorlogsroman, sociale roman en psychologische roman. Voor de duidelijkheid delen we de literatuur vanaf de jaren '60 in bij de Moderne Nederlandse literatuur.