5. Over de inhoud van het boek
5.1. Samenvatting
Geef een samenvatting van de inhoud.
Zet de samenvatting bij voorkeur in de tegenwoordige tijd en in chronologische volgorde.
Tip: Noteer per hoofdstuk, in steekwoorden, de belangrijkste gebeurtenissen en de betrokken verhaalfiguren.
5.2. Tijd en tijdvolgorde
Vertel iets over de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Als dit niet duidelijk wordt uit de tekst, dan kun je dat waarschijnlijk uit de historische achtergrond (bijv. WO II) afleiden. Deze tijd wordt ook wel de 'vertelde tijd' genoemd. Als binnen een aantal tekstregels een sprong vooruit wordt gemaakt in de tijd, dan spreken we van tijdversnelling. Wordt een gebeurtenis uitvoeriger beschreven dan voorgaande gebeurtenissen, dan spreekt men van tijdvertraging.
De 'verteltijd' is de tijd die nodig is om het verhaal te lezen. Deze is doorgaans korter dan de vertelde tijd. Geef aan hoe lang je er over hebt gedaan om het verhaal te lezen.
Geef aan of er gebruik wordt gemaakt van chronologie en of er flash-backs of flash-forwards zijn.
5.3. Plaats/ruimte
Vermeld in welke plaats en/of in welke ruimte het verhaal zich afspeelt.
5.4. Karakterbeschrijving en -ontwikkeling
Geef een beschrijving van de karakters van de belangrijkste verhaalfiguren en de manier waarop zij zich in het verhaal ontwikkelen. Er worden drie soorten karakters onderscheiden:
Rond karakter:Een rond karakter (round character) wordt uitvoerig beschreven en de lezer heeft hierdoor een goede indruk van het karakter van deze persoon.
Vlak karakter:Een vlak karakter is een karakter waarvan weinig bekend is. Meestal gaat het hierbij om een bij-figuur.
Type:Een type wordt beschreven aan de hand van één bepaalde karaktertrek. Soms worden ook de karaktertrekken tot een karikatuur gemaakt.
5.5. Onderlinge relaties
Maak een overzicht van hun onderlinge relaties. Dit kan door middel van een relatieschema of een duidelijke beschrijving van de relaties.
Tip: Maak tijdens het lezen vast een klein schema van de belangrijkste figuren, hun karakters en hun onderlinge relaties.
5.6. Geloofwaardigheid van het verhaal
Geef aan of je het verhaal geloofwaardig vindt. Dit is erg subjectief, dus geef een duidelijke motivatie voor je mening.