4. Over het genre
In het voorgaande hoofdstuk heb je al kennis kunnen maken met de verschillende stromingen en hun genres in de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Voor de volledigheid wordt in de volgende paragrafen een duidelijke indeling weergegeven. We onderscheiden drie hoofdgenres: epiek, lyriek en dramatiek. Ieder hoofdgenre wordt weer opgesplitst in een aantal subgenres.
4.1. Epiek
Het hoofdgenre 'epiek' is een verzamelnaam voor alle verhalende literatuur. Het kan onderscheiden worden in drie subgenres: prozagenre, poëziegenre, episch-didactisch genre.
4.1.1. Prozagenre
Alle prozateksten zijn te herkennen aan hun regellengte. De regellengte is afhankelijk van het formaat papier. De onderstaande genres worden bij deze categorie ingedeeld:
- Sprookje:
Een sprookje is een kort verhaal waarin het goede altijd wint in de strijd tegen het kwade. Vaak beginnen sprookjes met de tekstregel: "Er was eens...". - Sage:
Een historische gebeurtenis of een belangrijke persoon wordt op een fantasievolle manier weergegeven. Vaak bevat de sage een kern van waarheid. - Mythe:
In een mythe probeert men onbegrijpelijke en bovennatuurlijke verschijnselen te verklaren. Vaak komen in mythen goden en godinnen voor. - Legende:
In de legende wordt op didactische wijze beschreven hoe God ingrijpt in het menselijke leven. - Roman:
Een roman is een verhaalvorm waarbij de belevenissen van doorgaans fictieve personen beschreven worden. De roman kan vervolgens weer opgesplitst worden in de volgende soorten romans:- Avonturenroman:
In de avonturenroman (ook wel 'barokroman' genoemd) ligt de nadruk op de belevenissen van de verhaalfiguren. De personages zelf zijn minder belangrijk. We kennen o.a. de ridderroman (verhalen over ridders), het reisverhaal, de toekomstroman (ook wel science fiction genoemd) en de detectiveroman. - Moderne roman:
In de moderne roman draait het allemaal om het personage. De gebeurtenissen zijn slechts een middel om de personages te beschrijven. Voorbeelden zijn de herdersroman (geïnspireerd op het landleven), de psychologische roman (diepgaande beschrijving van personage), de ontwikkelingsroman (geestelijke rijping van personage), de sociale roman (beschrijving van maatschappelijke groep personen) en de sleutelroman (de verhaalfiguren zijn herkenbaar doordat ze op bestaande personen lijken). - Historische roman:
In de historische roman worden gebeurtenissen uit het verleden aangehaald waarin de schrijver zich zoveel mogelijk verdiept heeft. Deze gebeurtenissen worden wel enigszins geromantiseerd. - Themaroman:
Een themaroman is gebaseerd op het thema dat de boventoon voert in de roman. Daarbij kan gedacht worden aan de oorlogsroman, liefdesroman, misdaadroman, spionageroman en toekomstroman. - Experimentele roman:
In de experimentele roman wordt geëxperimenteerd met collages, afwisseling van perspectief, etc. (zie § 3.7). Hieronder vallen o.a. de dubbelroman (roman met twee thema's), caleidoscopische roman (wisselend perspectief) en prismatische roman (dezelfde gebeurtenis wordt door een andere persoon verteld die dezelfde gebeurtenis heeft meegemaakt).
- Avonturenroman:
- Essay:
In het essay geeft de auteur zijn eigen persoonlijke mening over een bepaald onderwerp. - 5.7. Column:
De schrijver geeft een weinig serieuze mening, naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. Veel auteurs schrijven columns in tijdschriften en dagbladen. - 5.8. Cursiefje:
Een cursiefje is een korte anekdote, waarbij de auteur allerlei taalgrapjes uithaalt. - 5.9. Novelle:
Een novelle is een kort verhaal, waarin de gebeurtenissen centraal staan.
4.1.2. Poëziegenre
Poëzie is herkenbaar aan de regellengte die, in tegenstelling tot proza, niet afhankelijk is vanhet gebruikte papierformaat. Dit hoeft niet altijd persé rijm te zijn. De onderstaande genres worden bij deze categorie ingedeeld:
- Lied:
Een lied is een strofisch gedicht. Vaak bevat het een eenvoudige inhoud, bedoeld om gezongen te worden.Een voorbeeld van een lied is de middeleeuwse ballade - Ballade:
Een ballade is een gezongen gedicht met een eenvoudig, vaak tragisch, verhaal. De beschrijvingen worden vaak herhaald en afgewisseld met dialogen. - Epos:
Een epos (ook wel 'heldendicht' genoemd) is een verhalend gedicht over een heldhaftige persoon. Zijn belevenissen worden op een statige en plechtige manier beschreven, zodat het vaak moeilijk te lezen is.
4.1.3. Episch-didactisch genre
Dit subgenre van de epiek kent een didactische achtergrond. De volgende genres kunnen hier onderverdeeld worden:
- Fabel:
In de fabel wordt verwezen naar het gedrag van de mens, door een dier als hoofdpersoon op te laten treden. De moraal is altijd aan het slot van het verhaal vermeld. - Satire:
Een satire hekelt gebeurtenissen op humoristische wijze. De diepere betekenis wordt echter nooit vermeld. - Parodie:
Een parodie is een vorm van satire waarbij in een nieuwe tekst een bestaande tekst bespot wordt. De vorm en stijl van de oorspronkelijke tekst worden daarbij zoveel mogelijk behouden. - Allegorie:
Een allegorie is een verhaal met een diepere betekenis, waarbij de begrippen als personen worden voorgesteld. Hierdoor hebben zij zowel een figuurlijke als een letterlijke betekenis. - Parabel:
In de parabel wordt een diepere levenswijsheid verkondigd, die meestal in een plechtige stijl geschreven wordt. De wijsheid heeft altijd betrekking op de mens.
4.2. Lyriek.
Onder lyriek worden teksten verstaan, waarin gevoelens rechtstreeks worden uitgedrukt. De volgende subgenres worden gerekend tot de lyrische teksten:
- Elegie:
Deze vorm van lyriek wordt ook wel 'klaagzang' genoemd. Vaste onderwerpen in de elegie zijn de dood van een geliefd persoon en wanhoopsgevoelens. - Ode:
In de ode (ook wel 'lofdicht' genoemd) spelen gevoelens van bewondering een grote rol. - Hymne:
Een hymne is een vorm van een ode. Het is een, in strofen opgedeelde, lofzang voor God. - Dithyrambe:
Een dithyrambe is een vorm van een ode, speciaal ter ere van de Griekse god Dionysus. - Epigram:
Het epigram (ook wel 'puntdicht' genoemd) is een kort gedicht van slechts twee of vier regels. Het bevat een grappige inhoud en diverse woordspelingen. - Lied:
Zie § 4.1.2. - Sonnet:
Een sonnet is een lyrisch gedicht dat uit twee strofen kwatrijn (=vier regels) en twee strofen terzetten (=drie regels) bestaat. Het rijmschema is daarbij abba abba cdc dcd.
4.3. Dramatiek
Het hoofdgenre 'dramatiek' bevat alle toneelstukken. Er zijn zes soorten toneelstukken te noemen:
- Mysterie- en mirakelspelen:
Deze spelen zijn gedramatiseerde toneelstukken, waarbij bij het mirakelspel een legende het onderwerp is. - Tragedie:
De tragedie (ook wel 'treurspel' genoemd) is een ernstig toneelstuk met een uniforme opbouw, waarbij de held altijd tragisch ten onder gaat. De tragedie bestaat uit een voorrede, een koor en drie tot vijf hoofdakten. - Komedie:
Een komedie (=blijspel) is, in tegenstelling tot de tragedie, een vrolijk toneelstuk. De komedie speelt zich af onder de bevolking en kent altijd een goed einde. - Klucht:
Een klucht is een kort toneelstuk met weinig verfijnde humor over het dagelijkse leven van de 'gewone' mens. - Tragikomedie:
Een tragikomedie biedt een combinatie van tragische en komische gebeurtenissen, die elkaar regelmatig afwisselen. - Melodrama:
Dit toneelstuk staat bol van de romantiek en het sentiment. - Moraliteit:
In de moraliteit staat de moraal centraal.