4. Over het genre

In het voorgaande hoofdstuk heb je al kennis kunnen maken met de verschillende stromingen en hun genres in de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Voor de volledigheid wordt in de volgende paragrafen een duidelijke indeling weergegeven. We onderscheiden drie hoofdgenres: epiek, lyriek en dramatiek. Ieder hoofdgenre wordt weer opgesplitst in een aantal subgenres.

4.1. Epiek

Het hoofdgenre 'epiek' is een verzamelnaam voor alle verhalende literatuur. Het kan onderscheiden worden in drie subgenres: prozagenre, poëziegenre, episch-didactisch genre.

4.1.1. Prozagenre

Alle prozateksten zijn te herkennen aan hun regellengte. De regellengte is afhankelijk van het formaat papier. De onderstaande genres worden bij deze categorie ingedeeld:

4.1.2. Poëziegenre

Poëzie is herkenbaar aan de regellengte die, in tegenstelling tot proza, niet afhankelijk is vanhet gebruikte papierformaat. Dit hoeft niet altijd persé rijm te zijn. De onderstaande genres worden bij deze categorie ingedeeld:

4.1.3. Episch-didactisch genre

Dit subgenre van de epiek kent een didactische achtergrond. De volgende genres kunnen hier onderverdeeld worden:

4.2. Lyriek.

Onder lyriek worden teksten verstaan, waarin gevoelens rechtstreeks worden uitgedrukt. De volgende subgenres worden gerekend tot de lyrische teksten:

4.3. Dramatiek

Het hoofdgenre 'dramatiek' bevat alle toneelstukken. Er zijn zes soorten toneelstukken te noemen: