Maarten 't Hart
Over deze auteur
Maarten 't Hart wordt geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Na de lagere school gaat hij naar de HBS en vervolgens studeert hij biologie in Leiden. Na het afronden van zijn studie krijgt hij een baan als etholoog aan de Leidse universiteit. In 1971 debuteert hij onder het pseudoniem Martin Hart met de roman
Stenen voor een ransuil. In 1973 schrijft hij
Ik had een wapenbroeder. In 1975 krijgt hij de Multatuliprijs voor zijn roman
Het vrome volk. In 1978 volgt
Een vlucht regenwulpen dat werd verfilmd in 1981. De aanleiding tot het schrijven van
De kroongetuige (1982) stamt uit Maartens studententijd. Enkele medestudenten maakten een film getiteld 'Moord in het museum'. De opnamen werden gemaakt in het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie (Leiden), waarover het gerucht ging dat er een lijk in een pot alcohol verborgen zou zijn geweest. Over dit gegeven besloot Maarten ooit een boek te schrijven. Maartens werk kenmerkt zich door autobiografische elementen. De gebeurtenissen spelen zich vaak af in een streng godsdienstig milieu, waaraan de hoofdfiguur moeilijk kan ontsnappen. Ook het thema 'anders zijn' (met name door homoseksualiteit) komt in veel van zijn romans en proza naar voren.
Mammoet op zondag (1977),
Laatste zomernacht (1977),
De droomkoningin (1980),
De ortolaan (boekenweekgeschenk in 1984),
Het woeden der gehele wereld (1993),
De nakomer (1996).